Citaat van Danielle Rodijk, CEO van Conventus (de moederorganisatie van PROCentrum), tijdens het symposium
”Volgens mij hoeven we elkaar niet uit te leggen dat de veiligheidswereld behoorlijk in beweging is. De vraagstukken waar we vandaag voor staan worden steeds complexer en houden zich niet aan de grenzen van organisaties. De oplossing dus ook niet.
En precies daarom staat ons eerste symposium in het teken van publiek-private samenwerking”
Samenwerking werkt pas als je haar goed organiseert
Jaap Timmer liet zien dat publiek-private samenwerking niet vanzelf ontstaat. Juist bij complexe veiligheidsvraagstukken is het belangrijk dat organisaties over hun traditionele grenzen heen durven te stappen. Dat vraagt om duidelijke verantwoordelijkheden, goede informatie-uitwisseling en ruimte voor iedere partij om vanuit de eigen deskundigheid bij te dragen.
Aan de hand van praktijkvoorbeelden rond terrorismebestrijding, financieel-economische criminaliteit en de aanpak van onbegrepen gedrag op Schiphol maakte Jaap duidelijk dat vertrouwen een doorslaggevende rol speelt. Dat vertrouwen moet worden opgebouwd voordat een situatie dringend wordt. Door elkaar te leren kennen en langdurig samen te werken, ontstaat meer begrip voor elkaars positie en kunnen partijen sneller handelen wanneer dat nodig is.
Zijn belangrijkste boodschap: houd het gezamenlijke maatschappelijke belang voor ogen en zorg tegelijkertijd voor helder leiderschap en duidelijke afspraken. Op deze manier kan publiek-private samenwerking bijdragen aan een veiligere samenleving.
Samenwerken begint met anders kijken
Mark Frequin hield het publiek een spiegel voor: publieke en private partijen kijken vaak vanuit hun eigen positie naar dezelfde werkelijkheid. Daardoor verwachten zij al snel dat de ander zich aanpast aan hun manier van werken. Echte samenwerking begint volgens hem juist met oprechte interesse in wat de andere partij beweegt. Wie alleen de eigen boodschap blijft zenden, bereikt nooit de gelijkwaardigheid die nodig is om samen verder te komen.
Aan de hand van voorbeelden uit het onderwijs en de coronacrisis liet Mark zien wat er mogelijk wordt wanneer de urgentie groot genoeg is. Tijdens de pandemie moesten overheid en bedrijfsleven bestaande structuren loslaten en in hoog tempo nieuwe oplossingen ontwikkelen. Partijen die normaal gesproken elkaars concurrenten waren, werkten ineens samen aan een gedeeld maatschappelijk doel. Zijn boodschap daarbij was helder: samenwerken is geen doel op zich, maar wordt krachtig wanneer er een gezamenlijke opgave ligt die niemand alleen kan oplossen.
Dat vraagt ook iets van leiderschap. Goede leiders durven hun koers aan te passen wanneer de omstandigheden veranderen en geven anderen de ruimte om bij te dragen. Mark riep daarom op om niet alleen binnen bestaande kaders naar antwoorden te zoeken, maar bewust een andere positie in te nemen. Juist buiten de vertrouwde lijntjes ontstaan vaak de oplossingen die samenwerking werkelijk vooruithelpen.
Samenwerking begint niet met een protocol, maar met samen doen
Klaas Dijkhoff maakte duidelijk dat de discussie over de vraag óf publieke en private partijen moeten samenwerken in feite achterhaald is. Die samenwerking vindt allang plaats. De overheid produceert haar uniformen, voertuigen en andere middelen immers niet zelf, maar betrekt deze van private partijen. Nu technologie en veiligheidssystemen steeds complexer worden, raken beide werelden alleen maar sterker met elkaar verweven. De overheid behoudt daarbij de eindverantwoordelijkheid, maar de relevante vraag is vooral hoe de samenwerking zo effectief mogelijk kan worden georganiseerd.
Volgens Klaas wordt die samenwerking nog regelmatig belemmerd door hardnekkige beelden die publieke en private partijen van elkaar hebben. Wanneer organisaties elkaar pas tijdens een crisis weten te vinden, moet vertrouwen worden opgebouwd op het moment dat iedere seconde telt. Daarom pleitte hij voor duurzame relaties waarin partijen elkaar al vóór een noodsituatie leren kennen.
Samen trainen en oefenen speelt daarin een belangrijke rol. In een crisis vallen mensen niet terug op een protocol, maar op wat zij eerder gezamenlijk hebben geoefend. Door klein te beginnen met een training of pilot, ontstaat inzicht in wat partijen voor elkaar kunnen betekenen. Een gedeelde aanpak die daadwerkelijk wordt uitgevoerd, is volgens Klaas uiteindelijk waardevoller dan afzonderlijke partijen die blijven vasthouden aan hun eigen ideale oplossing.
Gedachtewisseling/ paneldiscussie
Tijdens de paneldiscussie kwam naar voren dat er al veel initiatieven bestaan, maar dat deze nog te vaak op afzonderlijke eilandjes plaatsvinden. Ook werd besproken dat partijen soms naar elkaar blijven kijken wanneer niet duidelijk is wie eigenaar is van een vraagstuk of wie voor de financiering verantwoordelijk is.
De sprekers benadrukten dat samenwerking niet direct met een groot aantal organisaties tegelijk hoeft te worden opgezet. Begin met één concrete opgave en werk eerst op kleine schaal samen. Een pilot kan laten zien wat in de praktijk werkt en tegen welke regels of afspraken partijen aanlopen. Op basis van die ervaring kan vervolgens gericht worden besproken wat er nodig is om de samenwerking verder te brengen.
“Vertrouwen is de basis.”
Als voorbeeld werd de samenwerking tussen professionals en burgerhulpverleners bij reanimaties genoemd. In het begin ontstond spanning doordat beide groepen vanuit hun eigen rol en taakopvatting handelden. Door in de praktijk samen te werken, groeide het begrip voor elkaars deskundigheid.
Ook het nemen van initiatief binnen de bestaande bevoegdheden kwam aan bod. Daarbij werd het belang genoemd van een duidelijk moreel kompas, het bespreken van gemaakte keuzes en het toelaten van tegenspraak. Meer regels zorgen volgens de panelleden namelijk niet automatisch voor meer duidelijkheid en kunnen opnieuw tot dezelfde problemen leiden.
De oproep uit het gesprek was om samenwerking vooral in de praktijk te brengen. Nodig bijvoorbeeld bij een volgende training een partij uit de andere wereld uit, zodat professionals elkaar leren kennen en ontdekken wat zij voor elkaar kunnen betekenen.
Op naar een tweede editie!
Tot slot willen wij iedereen hartelijk bedanken voor de deelname aan de eerste editie van ons symposium. Wij kijken met veel voldoening terug op een inspirerend symposium en waarderen ieders betrokkenheid.
Deze eerste editie heeft voor ons bevestigd dat het symposium voor herhaling vatbaar is. Wij kijken daarom uit naar een tweede editie en hopen u daar opnieuw te mogen verwelkomen.
Wanneer wij een tweede editie organiseren, delen wij dit ook op onze website en social media.
Wanneer er nog vragen of opmerkingen zijn over het afgelopen symposium, kunt u altijd contact opnemen via info@procentrum.nl.
